Ooit wel eens van ‘zandhonger’ gehoord?

Ik dacht de kop van Schouwen achter mij te laten, want mijn achtste etappe van mijn wandeltocht langs de Nederlandse kust brengt me volgende week op Goeree-Overflakkee. Maar de uitnodiging van Paul Begijn om mij bij te praten over de ‘zandhonger’ in de Oosterschelde, het grootste Nationale Park van Nederland, sla ik natuurlijk niet af. Paul is boswachter bij Natuurmonumenten en afgelopen vrijdag troffen we elkaar bij de Plompe Toren aan de zuidkant van Schouwen. Het laatste restant van het dorp Koudekerke, dat tussen 1550 en 1600   onder water verdween.

Lees verder

De afgelopen jaren bezocht ik de Plompe Toren, cultuurhistorisch erfgoed en mooi baken van Plan Tureluur, maar ik heb me nooit gerealiseerd dat daar een belangrijke zandbank voor de deur ligt: Roggenplaat. Paul beschrijft het als ‘een wegrestaurant van wereldklasse, met een Michelinster’. Op hun trektocht van West-Afrika naar het hoge noorden bezoeken jaarlijks tienduizenden kustvogels deze zandbank. Zilverplevieren, kanoeten, rosse grutto’s, scholeksters en wulpen sprokkelen hier twee keer per dag hun maaltje bij elkaar; vogelsoorten waarvan de aantallen elk jaar afnemen en waarvoor rust en foerageermogelijkheden van levensbelang zijn.

Paul Begijn.jpeg

Paul Begijn, boswachter bij Natuurmonumenten

Afkalving van de Roggenplaat

Met de Roggenplaat gaat het niet goed. Door de Oosterscheldekering is de balans tussen eb en vloed verstoord. De golven voeren het zand tijdens eb wel weg richting de Noordzee, maar de vloedstroom is te zwak om het terug te brengen op de zandplaat. Met name tijdens winterstormen vindt er veel afslag plaats. Hierdoor kalft de Roggenplaat steeds verder af en verzanden de geulen; een fenomeen dat, vertelt Paul, ‘zandhonger’ wordt genoemd. Momenteel is de zandplaat nog zo’n 6,5 bij 2,5 kilometer of 2140 voetbalvelden groot, maar is slinkend. Op den duur zal dat voor de foeragerende vogels, maar ook voor de grote zeehondenpopulatie, tot problemen leiden.

In de Plompe Toren, dat ook dient als informatiecentrum van Natuurmonumenten is een leuke animatie te zien die uitlegt hoe dat werkt: ‘Help de Oosterschelde verzuipt’.  Met een educatieve boodschap en met de grappige beelden erbij is het voor iedereen helder; er moet worden ingegrepen!

Dwarsliggende mosselkwekers

Natuurmonumenten wil de Roggenplaat opspuiten met 1,62 miljoen kuub zand, waardoor de zandplaat weer voor langere tijd zijn belangrijke ecologische functie kan vervullen. Een aantal mosselkwekers ligt echter dwars.

De Oosterschelde is het enige Nationale Park waarvoor ook economische doelstellingen zijn geformuleerd. Ook de belangen van de mossel- en oestervisserij, beroepsvaart en recreatieondernemers moeten bij de besluitvorming worden meegenomen. En dat is in dit geval, zo lijkt het, een open uitnodiging aan de mosselboeren om schadecompensatie te eisen. Volgens hen heeft het opspuiten nadelige gevolgen voor hun mosselpercelen. 

Nu zijn mosselen voor Zeeland een USP, maar in eerste instantie wekt hun verzet bij mij de indruk van klein leed dat op eenvoudige wijze in dialoog moet kunnen worden opgelost. De werkelijkheid blijkt helaas ingewikkelder. Door de branchevereniging PO-Mossel wordt geprocedeerd tot aan de Raad van State en deze procedure levert waarschijnlijk nog minstens een jaar vertraging op. Zucht.

Ik heb altijd begrepen dat een zandkorrel in een oester een parel kan opleveren. Jammer genoeg ligt dat bij mosselen anders. Hopelijk kan met de redding van de Roggenplaat in de winter van 2019/2020 worden begonnen en kwetsbare natuur voorlopig beschermd.

Het kustverhaal wordt vervolgd

Met nog diverse tips van Paul voor aankomende etappes op zak – waarvoor grote dank – vervolg ik mijn tocht. Komende vrijdag hoop ik Ouddorp te bereiken.